De Europese DigiD

Het onderhandelingstraject
In 2020 kondigde Ursula von der Leyen opgewekt de komst aan van een Europese Digitale Identiteit (1). Velen zagen echter vooral de bezwaren hiervan en op 1 december 2022 nam de Tweede Kamer een motie aan om niet in te stemmen met het Europese voorstel. Op 16 februari 2023 vond hierover in de TK een debat plaats waarbij staatssecretaris Van Huffelen aankondigde de motie niet uit te voeren en waarbij dientengevolge een motie van afkeuring werd ingediend. Op 21 februari werd in de TK over laatstgenoemde motie gestemd, maar die haalde het niet wegens te weinig deelname aan de stemming. Op 27 oktober stemde Van Huffelen bij de Raad van de EU in met het Europese voorstel.
xxxxxxEr moet nu nog een aantal formele stappen worden gezet en daarna moeten de EU-landen binnen twee jaar deze Europese Digitale Identiteit ter beschikking  stellen aan iedere burger.
xxxxx
Kritiek
Er bestaan zorgen over technische zaken als veiligheid en privacy. Maar belangrijker is dat de EU zelf bepaalt hoe deze Digitale Identiteit zal worden beheerd en welke gegevens eraan zullen worden gekoppeld. Hoe gemakkelijk hierbij de nationale regeringen kunnen worden overruled bleek al toen staatssecretaris Van Huffelen op 16 februari 2023 de wens van de Tweede Kamer om niet in te stemmen met het Europese voorstel naast zich neerlegde. Het gevaar bestaat dat grootbedrijf en overheid  hiermee controle over ons leven kunnen uitoefenen (bijvoorbeeld bij registratie van milieu-gerelateerde handelingen). Gevaar van afglijden naar een controlestaat zoals in China.
xxxxx