Fase 4: strafbaarstelling van innerlijke bezwaren

Een vierde fase krijgt men als de wetgever zich zó diep met het denk- en gevoelsleven van het individu gaat bemoeien dat hij het strafbaar gaat stellen wanneer iemand innerlijke bezwaren heeft tegen een bepaalde opvatting, zelfs als hij ze niet uit. Dit is het geval bij de huidige lhbtiq-agenda van de EU en de VN.
         Hoe deze uitwerkt is bijvoorbeeld te zien bij een recente actie van de Nederlandse banken. Tijdens de zogenaamde “Pride-week”, van 31 juli tot 8 augustus 2021, begonnen deze vrijwel gelijktijdig een actie ter promotie van de lhbtiq-agenda. De ABN AMRO Bank twitterde:
              Onze collega Eric maakt van zijn open relatie geen geheim. “Ik kan liefde geven en voelen voor meerdere personen”. Hij vindt het belangrijk om hiervoor uit te komen op zijn werk. Als bank maken wij ons sterk voor een werkomgeving waar iedereen zichzelf kan zijn (1).
              Bij nadere beschouwing van deze en overeenkomstige tweets van andere banken blijken vooral drie uitdrukkingen telkens terug te keren: iedereen moet “zichzelf zijn”,  “zich veilig voelen” en “zich geaccepteerd voelen”. De achterliggende gedachte is kennelijk dat mensen altijd spanningsloos en probleemloos moeten kunnen samenwerken en samenleven, ook als zij diepgaand verschillen wat betreft geaardheid en opvattingen.
              Wat houdt dat ideaal in? De ABN AMRO Bank voert iemand ten tonele die “liefde kan geven en voelen voor meerdere personen”. Dit roept allerlei gedachten op. Velen zullen hierbij denken aan verhalen als dat van de scheepskapitein die er zowel in een Amerikaanse als in een Europese havenstad een gezin op na hield. Dit is bigamie en dat is volgens artikel 237 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar.
            Dit is echter niet wat in de betreffende tweet wordt bedoeld. Bedoeld wordt een wat genoemd wordt “polyamoreuze relatie.” Deze wordt, anders dan bij bigamie, hierdoor gekenmerkt dat er geen geheimhouding is en dat de betrokken personen vrijwillig instemmen met de relatie.  Een dergelijke relatie is niet strafbaar. En terwijl bigamie wordt beschouwd als ordinair bedrog is deze relatie omgeven met een sfeer van hooggestemde idealen en fijnzinnige ethische overwegingen. Redenerend vanuit deze sfeer moet iemand toch wel een erge botterik zijn om hier kritiek op te hebben.
          Als men een polyamoreuze relatie introduceert als die van “iemand die liefde kan geven en voelen voor meerdere personen” klinkt dat heel onschuldig. Velen zullen zeggen: “Ik denk er zelf anders over, maar als iemand zo wil leven kan ik daar  weinig bezwaar tegen maken.” Dat geldt des te meer als zo’n relatie in een verheven sfeer wordt getrokken. Maar zal het bij die verheven sfeer blijven? In de praktijk zal het vrijwel onvermijdelijk zijn dat er een sfeer ontstaan waarin iedere man die er met zijn buurvrouw van door gaat kan zeggen: “Ik heb nu eenmaal een polyamoreuze geaardheid; anderen kunnen dat niet begrijpen, maar het wordt tijd dat de maatschappij mijn geaardheid volledig aanvaardt.” En het gevaar bestaat dat het ook hierbij niet blijft. De formulering “liefde kunnen geven en voelen voor meerder personen” omvat ook liefde voor drie, vier of nog veel meer personen. Dat valt echter niet meer te onderscheiden van promiscuïteit. Het valt moeilijk te bepalen of een wettelijk verbod op promiscuïteit zinvol is. Maar de lhbtiq-lobby streeft naar een wettelijk verbod op het hebben van bezwaar tegen zaken als promiscuïteit (want “discriminatie”). 
            De actie van de banken eist dat iemand die van zijn “open relatie” geen geheim maakt zich “veilig” en “geaccepteerd” kan voelen. De eis van “zich veilig voelen” is, wanneer hij materieel wordt opgevat geen probleem. Niemand mag in elkaar worden geslagen, getreiterd of uitgestoten, dat staat los van geaardheid of opvattingen. Maar wanneer de eis van “zich veilig voelen” psychologisch wordt opgevat ontstaat er echter wél een probleem. Betekent deze eis dat niemand meer tegen een ander mag zeggen dat hij het vierkant met hem oneens is? Beroemd is de aan Voltaire toegeschreven uitspraak: “Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen”. Voltaire gaf zijn tegenstander het recht zijn opvatting uit te spreken, maar hij behield voor zichzelf echter wel het recht voor deze te verafschuwen. En hij zou ongetwijfeld voor het recht om een bepaalde opvatting te verafschuwen en dat duidelijk te zeggen ook zijn leven geven. Dit recht wordt door de lhbtiq-eis dat ieder zich (in psychologische zin) veilig moet kunnen voelen ondergraven. Deze eis leidt er ook toe dat alle debat en meningsverschil vervlakt.  Overigens zij nog opgemerkt dat het begrip “zich veilig voelen” in dit verband dubbelzinnig wordt gebruikt, namelijk voor zowel volwassenen als voor kinderen. Dat men voor kinderen op de lagere school mag eisen dat ze zich daar veilig kunnen voelen wordt door iedereen aanvaard. Maar het is ten onrechte als men deze eis ongemerkt ook gaat uitbreiden naar volwassenen in hun arbeidsomgeving.
            Misschien nog problematischer is de eis dat ieder zich “geaccepteerd kan voelen”. Deze gaat verder. Dat betekent niet alleen dat ik verplicht ben de ander niet te laten merken dat ik het met hem oneens ben (zodat hij zich veilig voelt) , maar ook dat ik positief verplicht ben aan hem kenbaar te maken dat ik het met hem eens ben (anders zou hij nog in twijfel kunnen verkeren of hij wel echt geaccepteerd wordt). Ik ben dus verplicht mijn innerlijke weerstand tegen zijn gedrag of opvattingen (bijvoorbeeld omdat ik zijn gedrag afkeur, niet geloof in het bestaan van zijn “geaardheid” of  die zie als een “social construct”) op te geven. En als ik dat niet doe kan ik worden beticht van discriminatie.
              Men kan zich afvragen of de lhbtiq-lobby zijn eisen niet goed heeft doordacht of dat zij voor zichzelf een uitzondering opeisen.  Immers, we mogen verwachten dat de ABNA zonder bezwaar mensen met een streng islamitische, streng atheïstische of streng christelijke levensbeschouwing in dienst zal nemen. Het is uitgesloten dat deze elkaars opvattingen zonder enige innerlijke weerstand zullen accepteren.  Waarom zou men dan de opvattingen van een lhbtiq-activist wel zonder innerlijke weerstand moeten accepteren? Genieten zij een voorkeursbehandeling?
          Het ziet er naar uit dat de lhbtiq-lobby voor zichzelf rechten claimt die zij anderen niet gunt. Zij eist dat ik kritiek op hun opvattingen niet alleen niet mag uiten, maar ook dat ik ze eenvoudig niet mag hébben. Zodra mijn kritische mening ergens aan het licht komt wordt ik strafbaar. Dat betekent dat deze met de lhbtiq-lobby instemmende actie van de ANB AMRO Bank en andere banken een pleidooi is voor de invoering van gedachtenpolitie op de werkvloer.
x
Noten
(1) Zie voor door mij verzamelde nadere documentatie over de lhbtiq-actie van de ABN AMRO bank: http://www.kantt.nl/documentatie-lhbtiq-actie-abna-2021.html
x
(eerste versie: 5 september 2021 )
x