Fase 3: Loslaten daders-recht: oordelen op grond van (innerlijke) motivatie

 Een derde situatie krijgt men als de wetgever de eis van een objectief constateerbaar strafbaar feit geheel loslaat en uitsluitend oordeelt op grond van (innerlijke) motivatie. Dit is het geval bij de recente definitie van hate crime die wordt gebruikt in de United Nations: Strategy and Plan of Action on Hate Speech (2019):

….the term hatespeech “is understood as any kind of communication in speech, writing of behaviour, that attacks or uses pejorative or discriminatory language with reference to a person or a group on the basis of who they are, in other words, based on their religion, etnicity, nationality, race, colour, descent, gender or other identity factor (1).

Hier hoeft dus geen objectief aantoonbare strafbare daad te zijn gepleegd (zoals discriminatie bij een sollicitatie). Spraak wordt opgevat als hatespeech als deze kleinerend of  discriminerend. Het uiting geven aan minachting moet worden verboden. Daarbij geldt nog steeds de voorwaarde van “op basis van identiteit” (dus op basis van ras, geslacht, enzovoort). Maar identiteit is een rekbaar begrip.

Uit de toelichting van de Secretaris-Generaal blijkt dat hij eigenlijk nog verder wil gaan. Dit blijkt waar hij aandringt op meer studie en onderzoek:

We need to know more to act effectively – this calls for data collection and research, including on the root causes, drivers and conditions conductive to hate speech.

Dit zijn gevaarlijke woorden. Het ziet er naar uit dat de VN verder willen gaan dan het tegengaan van feitelijke discriminatie en het wegnemen van de oorzaken van “hatespeech” door bijvoorbeeld achterstandswijken op te knappen. Onderzoek naar de root causes and drivers van hate speech gaat dieper. Dat richt zich op het innerlijk van de mens. Het vage, niet gedefinieerde containerbegrip haat uit het ICERD-verdrag heeft zich hier ontwikkeld tot een nog steeds ongedifferentieerd, maar moreel zwaarbeladen en haast mythologisch begrip haat, een “demon”. Het is deze haat die de Verenigde Naties uit de wereld wil bannen. Deze haat moet worden opgespoord in de diepe spelonken waarin hij zich verborgen houdt en uitgeroeid. Hier lijkt de grens naar het willen invoeren van gedachtenpolitie ruimschoots overschreden.  

(1)   https://www.un.org/en/genocideprevention/hate-speech-strategy.shtml

Een voorbeeld van een aantoonbare daad van minachting is zelfs moeilijk te bedenken.