Het links-rechts schema

De eenvoudigste en meest gebruikte weergave van het politieke spectrum bestaat uit een horizontale as waarop de partijen van links naar rechts zijn gerangschikt. Een recent voorbeeld hiervan is de volgende: 

SP – Groen Links – Denk – Partij voor de Dieren – PvdA – 50 Plus – Christen Unie – PVV – CDA – D66 –  VVD – FvD – SGP – VNL  (1)

Hierbij geeft de auteur (1) aan: Links = grote overheid, focus op collectief
Rechts = kleine overheid , individuele keuzes

Een probleem bij afbeeldingen met één  as is de vraag welke variabele (te meten kenmerken) men hierop moet uitzetten. Wil de afbeelding voor de maker zin hebben, dan zal hij hiervoor de variabele moeten kiezen die hij als het meest fundamenteel voor het politieke universum (van dat moment) beschouwt. Dat is dus een keuze.  Enkele veelgebruikte variabelen zijn:

    1. De hoogte van de belastingen
    2. De mate van overheidssturing (grote overheid versus kleine overheid)
    3. De mate van vrij laten van het individu (collectief versus individualistisch)
    4. De mate van vooruitstrevendheid (vooruitstrevend versus behoudend)

In de praktijk bestaat er tussen deze variabelen vaak een zekere mate van correlatie. Zo zijn bijvoorbeeld de partijen die een grote mate van overheidssturing willen over het algemeen ook voor hoge belastingen. Dat betekent dat men deze twee variabelen redelijk goed kan weergeven op één en dezelfde as.  Wat men dan doet is het uitzetten van een soort “containervariabele” die meerdere  variabelen  tegelijk tracht te omvatten. Zo’n containervariabele moet uiteraard aangeduid worden met zeer algemene (en dus vage) termen, zoals meer socialistisch, meer liberaal, enz.    

Al analyserend kom ik tot de conclusie dat er nog een andere weergave op één as mogelijk is., namelijk op een as die ik een “verwrongen” as zou willen noemen. Hierbij stelt men twee totaal verschillende partijen tegenover elkaar en verbindt die met een rechte lijn. Daarna rangschikt men de andere partijen zo goed mogelijk op deze lijn met als maatstaf de mate waarin ze op de twee uiterste partijen lijken. Vervolgens geeft men aan welke extra variabelen (of kenmerken) voor ieder van de partijen belangrijk zijn. Men krijgt dan bijvoorbeeld (schets):

  Totaal communisme ———O———–O———O————O———O——-Totaal liberalisme                                                                         GroenLinks                     CDA                                                                                                                                              (milieu)             (gezinswaarden)

 De hier getekende rechte lijn is geen as in wiskundige zin. Wanneer men hem namelijk van links naar rechts volgt duiken er telkens nieuwe variabelen  op en verliezen andere hun betekenis. Maar misschien is dit best een goede wijze van weergeven. Hij is ook meerdimensionaal. 

        

(1) Rutger van den Noort, februari 2019