Haat in de wetsartikelen

In de openbare discussie wordt veel gesproken over rassendiscriminatie en in samenhang daarmee over rassenhaat. Nu interesseert de wet zich over het algemeen vooral voor uiterlijk aantoonbare daden en minder voor de motivatie daarvan.  Dat principe is gehandhaafd bij de definitie van discriminatie:  hierbij gaat het om discriminerende hándelingen. Maar daarnaast schenkt de wet hier ook veel aandacht aan motivatie, met name aan de motivatie (rassen)haat.
Het begrip (rassen)haat komt voor in de volgende wetteksten (1):
 
I. Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie (IVUR, aangenomen in 1966, voor Nederland in werking getreden in 1972).
Het woord “haat” komt hierin driemaal voor:
  • Inleiding (de Staten die partij zijn bij dit Verdrag): Verontrust door de uitingen van rassendiscriminatie die nog in verschillende delen van de wereld kunnen worden waargenomen en door het beleid van sommige regeringen dat is gebaseerd op superioriteit van ras of op rassenhaat, zoals de apartheidspolitiek of een andere politiek van rassenscheiding, ……
  • Artikel 4: De Staten die partij zijn bij dit Verdrag veroordelen alle propaganda en alle organisaties die berusten op denkbeelden of theorieën die uitgaan van de superioriteit van een bepaald ras of een groep personen van een bepaalde huidskleur of etnische afstamming, of die trachten rassenhaat en rassendiscriminatie in enige vorm te rechtvaardigen of te bevorderen, ……..
  • Artikel 4:  …… strafbaar bij de wet te verklaren het verspreiden, op welke wijze ook, van denkbeelden die zijn gegrond op rassuperioriteit of rassenhaat, aanzetting tot rassendiscriminatie, zomede alle daden van geweld of aanzetting daartoe, ………..
II. Het Nederlandse Wetboek van Strafrecht
Het woord “haat” komt hierin tweemaal voor:
  • Artikel 137d: “Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.”                    
  • Artikel 137e: Hij die, anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving ….. een uitlating openbaar maakt die, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, voor een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap beledigend is, of aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap; ……  wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
Historische toelichting bij “aanzetten tot haat”
Het is opvallend dat in de tekst van het IVUR het begrip “aanzetten tot haat” niet voorkomt, maar wel verschijnt in het Nederlandse Wetboek van strafrecht. De historische achtergrond daarvan is als volgt. 
        Het Wetboek van strafrecht in zijn huidige vorm stamt uit 1886. De artikelen 131 – 156 vallen onder het (vijfde) hoofdstuk “Misdrijven tegen de openbare orde”.  Toen in 1934 het antisemitisme in Duitsland ernstige vormen begon aan te nemen besloot men in Nederland om een wet in te voeren om de verbreiding hiervan tegen te gaan. Hiertoe breidde men artikel 137 uit met een bepaling waarin degene strafbaar werd gesteld die “zich opzettelijk in beledigende vorm uitlaat over eene groep van de bevolking”.  Merk op dat hier de voorwaarde “wegens ras” nog niet voorkomt.  
        Toen na 1966 het IVUR in de Nederlandse wet moest worden geïmplementeerd meende men dat o.a. te kunnen doen door artikel 137 te veranderen en uit te breiden.  In artikel 137d werd aanzetten tot haat en tot discriminatie (wegens ⊗) strafbaar gesteld. In artikel werd 137e werd het openbaar maken (anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving) van bepaalde uitingen strafbaar gesteld, namelijk uitingen die (wegens ⊗) beledigend zijn voor een groep of aanzetten tot haat of tot discriminatie. Waar het in beide artikelen voorkomende begrip “aanzetten tot haat” vandaan kwam valt moeilijk te achterhalen.
⊗ = ras, godsdienst of levensovertuiging,  (geslacht), hetero- of homoseksuele gerichtheid of  lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap.  
 
(1) Zie hiervoor mijn overzicht “Enkele momenteel politiek relevante woorden in de wet”.