Polarisatie en clustervorming

Iedere politieke partij heeft een eigen verzameling standpunten en aangezien de meeste partijen al lang bestaan zijn de kiezers aan deze verzamelingen standpunten gewend geraakt en is de indruk ontstaan dat deze standpunten bij elkaar passen. Toch vraagt dit nader onderzoek. Grof gesteld: zijn deze verzamelingen tamelijk willekeurig historisch gegroeid of bestaan ze uit opvattingen die logisch uit elkaar voortvloeien?

            Om een concreet voorbeeld te nemen: er is destijds een politiek-sociologisch onderzoek gedaan bij een streng-religieuze Amerikaanse groepering met als belangrijkste opvattingen: orthodox protestants, autoritaire opvattingen, vóór de doodstraf, vóór een sterk leger, strenge seksuele normen, liberale economische opvattingen. Dit onderzoek heeft het idee gevestigd dat deze combinatie van opvattingen “van nature” bij elkaar behoren en men is deze als politiek “rechts” gaan beschouwen.

            Toch is het de vraag in hoeverre deze opvattingen werkelijk bij elkaar behoren. Bezitten ze bijvoorbeeld een logische samenhang? Christelijke partijen pretenderen altijd een zekere eenheid te bezitten omdat ze hun opvattingen baseren op de Bijbel. Maar de Bijbelse uitspraken hangen zelf niet altijd logisch samen. Zo zijn er Bijbelpassages die strenge straffen suggereren en ander passages die vergeving en opnieuw beginnen suggereren. Hetzelfde geldt voor een sterk leger, of juist géén sterk leger. Ook leidt de Bijbel niet automatisch tot een liberale economisch opvatting.  Zo ontlenen de theologen in Nederland tegenwoordig aan de Bijbel eerder een socialistische dan een liberale politiek. 

            Het ziet er naar uit dat de verzamelingen opvattingen van politieke partijen veel sterker historisch zijn gegroeid dan men op het eerste gezicht zou denken. Ze ontstaan eerder uit de samenklontering van losse politieke opvattingen dan dat deze logisch uit elkaar voortvloeien. Dat betekent niet dat deze partijen hun functie niet kunnen vervullen, want onsamenhangende politieke visies van partijen kunnen op korte termijn best overeenkomstige onsamenhangende politiek visies van de kiezers vertegenwoordigen.

            Een andere factor waardoor het gebrek aan samenhang in de standpunten van politieke partijen ontstaat is polarisatie. Het simpelste en onschuldigste voorbeeld daarvan is het feit dat partijen zich moeten profileren. Als de ene partij vóór uitbreiding van Schiphol is, is de andere daar tégen, want er moet voor de kiezer iets te kiezen zijn. Veel ernstiger polarisatie ontstaat door de onderlinge vijandigheid van de partijen. Vaak gebeurt het dat als partij A ergens vóór is, dat dan partij B daar tegen is, simpelweg doordat partij B een hekel heeft aan partij A en deze niet “in de kaart wil spelen”. Door dit proces van polarisatie kan een partij haast ongemerkt opvattingen in zich opnemen die helemaal niet bij zijn andere opvattingen passen. En dit proces kan steeds verder voortgaan: door steeds verdergaande aanklontering van opvattingen die niet gebaseerd zijn op eigen onafhankelijke argumentatie, maar slechts een omkering zijn van opvattingen van de gehate tegenpartij, ontstaan er clusters van opvattingen die vaak onsamenhangend en zelfs ook onderling strijdig zijn. Zo kan een geheel land tenslotte verdeeld worden in politieke blokken waartussen nauwelijks nog onderlinge uitwisseling van ideeën plaats vindt.

            Een opmerkelijk voorbeeld van polarisatie heeft recent plaats gevonden bij het ontstaan van de nog jonge partij Forum voor Democratie. Aanvankelijk had deze partij twee centrale doelstellingen: (1) terugdringen van de macht van de EU en herstel van de soevereiniteit van de Europese landen en (2) regulering en beperking van de immigratie, vooral uit islamitische landen. Deze twee doelstellingen hingen logisch gezien perfect samen, want beide waren gericht op het behoud van de Europese cultuur. Merk hierbij op dat beide doelstellingen niets te maken hadden met milieuproblematiek.

            Bij de latere ontwikkeling echter ondervond het FvD grote tegenstand van “groene” partijen en bovendien kregen de aanhangers van het FvD de indruk dat de EU (“Brussel”) de milieuproblematiek aangreep om de eigen macht uit te breiden (en niet handelde ter wille van de milieuproblematiek zelf). Hierdoor ontstond een derde doelstelling van het FvD: het bestrijden van de zin van het nemen van milieumaatregelen (vooral ten aanzien van de CO2 -uitstoot). Maar deze derde doelstelling heeft niets te maken met de twee oorspronkelijke doelstellingen en het ziet er naar uit dat die is opgedrongen door het mechanisme van polarisatie.

            Dit is maar een klein voorbeeld, maar het lijkt dat de standpunten van vrijwel alle politieke partijen in Nederland voor een groot deel beschouwd kunnen worden als clusters van opvattingen die niet logisch samenhangen, maar historisch zijn gegroeid en voor een groot deel bestaan uit opvattingen die zijn ontstaan door het zich afzetten tegen andere partijen. Dit geldt ook voor de overkoepelende politieke stromingen die worden aangeduid met de termen “links” en “rechts”. Het zijn onsamenhangende clusters van opvattingen, maar door groepsdwang en polarisatie is het nauwelijks mogelijk daar vrij over na te denken. Dat is allesbehalve gunstig voor de politieke besluitvorming.