Waarom het LHBTIQ-project van de EU invoering van gedachtenpolitie inhoudt

Op 3 augustus 2021, enkele dagen voor het begin van de zogenaamde “Pride-week”,  begonnen de Nederlandse banken gezamenlijke een actie waarbij zij bekend maakten ernaar te streven een werkomgeving te bieden waar “ieder zichzelf kan zijn”. Zo twitterde de ABN AMRO Bank:
              Onze collega Eric maakt van zijn open relatie geen geheim. “Ik kan liefde geven en voelen voor meerdere personen”. Hij vindt het belangrijk om hiervoor uit te komen op zijn werk. Als bank maken wij ons sterk voor een werkomgeving waar iedereen zichzelf kan zijn.
              Bij nadere beschouwing van overeenkomstige tweets van andere banken blijken vooral drie uitdrukkingen telkens terug te keren: “iedereen zichzelf zijn”,  “zich veilig voelen” en “zich geaccepteerd voelen”. De achterliggende gedachte is kennelijk dat het mogelijk is dat mensen die grondig verschillen wat betreft geaardheid en opvattingen toch zonder meer probleemloos kunnen samenwerken en samenleven.
              Maar is dit juist? De ABN AMRO Bank voert iemand ten tonele die “liefde kan geven en voelen voor meerdere personen”. Dit roept allerlei gedachten op. Velen zullen hierbij denken aan verhalen als dat van de scheepskapitein die er zowel in een Amerikaanse als in een Europese havenstad een gezin op na hield. Een ander voorbeeld van het gebruik van dit thema levert de oude film “A Girl in Every Port”. Deze film was komisch bedoeld, maar in feite pleegt iemand die er twee gezinnen op na houdt bigamie en dit is volgens artikel 237 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar.
            Dit is echter niet wat in de betreffende tweet wordt bedoeld. Het gaat hier om wat genoemd wordt een “polyamoreuze relatie.” Deze wordt, anders dan bij bigamie, hierdoor gekenmerkt dat er geen geheimhouding is en dat de betrokken personen vrijwillig instemmen met de relatie.  Terwijl bigamie wordt beschouwd als ordinair bedrog is deze relatie omgeven met een sfeer van hooggestemde idealen en ethische overwegingen en men moet wel een erge botterik zijn om hier kritiek op te hebben.
          In de “Universele verklaring van de Rechten van de Mens” van 1968 werd in artikel 16 bepaald dat het huwelijk (tussen een man en een vrouw) recht op bescherming heeft door de maatschappij en de staat.  Maar sedert 1968 is er een verschuiving in de seksuele moraal opgetreden. Dit werd niet alleen veroorzaakt door spontane maatschappelijke ontwikkelingen, maar vooral ook door de onophoudelijke druk van onvermoeibare actiegroepen. Deze zijn ook doorgedrongen in het beleid van de EU. Dit beleid bepaalt ook het karakter van de door de ABNA AMRO Bank gevoerde propaganda. Het is salamitactiek: in het klein beginnen met iets waartegen moeilijk bezwaar gemaakt kan worden en daarna stapje voor stapje verder aan. Het uiteindelijke doel is de totale verwezenlijking van het LHBTIQ-programma dat, met het argument van antidiscriminatie, de bevoorrechting van het monogame, heteroseksuele huwelijk wil beëindigen en uiteindelijk zal uitmonden in de vernietiging van dit huwelijk in onze cultuur.
Laten we nu de actie van de banken bekijken vanuit psychologisch standpunt. Deze actie eist dat iemand die “van zijn open relatie” geen geheim maakt” zich “veilig” en “geaccepteerd” kan voelen. De eis van “zich veilig voelen” is wanneer hij materieel wordt opgevat geen probleem. Niemand mag in elkaar worden geslagen, getreiterd of uitgestoten, dat staat los van geaardheid of opvattingen. Maar wanneer de eis van “zich veilig voelen” psychologisch wordt opgevat ontstaat er echter wél een probleem. Betekent deze eis dat niemand meer tegen een ander mag zeggen dat hij het vierkant met hem oneens is? Beroemd is de aan Voltaire toegeschreven uitspraak: “Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen”. Voltaire gaf zijn tegenstander het recht zijn opvatting uit te spreken, maar hij behield zich echter wel het recht voor deze te verafschuwen. En hij zou voor het recht om een bepaalde opvatting te verafschuwen en dat duidelijk te zeggen ook zijn leven geven. Aan dit recht wordt door de eis van “zich veilig voelen” (in psychologische zin) niet voldaan. Hij zou alle debat en meningsverschil vervlakken.
              Maar ronduit problematisch is de eis dat ieder “zich geaccepteerd kan voelen”. Dat gaat verder. Dat betekent niet alleen dat ik verplicht ben niet te laten merken dat ik het met hem oneens ben, maar ook dat ik positief verplicht ben aan hem kenbaar te maken dat ik het met hem eens ben. Anders zou hij nog in twijfel kunnen verkeren en zich nog niet echt geaccepteerd voelen. Ik ben verplicht mijn innerlijke weerstand tegen zijn gedrag of opvattingen (bijvoorbeeld omdat ik niet geloof in het bestaan van zijn “geaardheid” en die zie als een “social construct”) op te geven. En als ik dat niet doe kan ik beticht worden van discriminatie.
              Dit betekent niet alleen dat ik bepaalde kritische opvattingen niet mag uiten, maar ook dat ik ze eenvoudig niet mag hébben. Zodra mijn kritische mening ergens aan het licht komt wordt ik strafbaar. Dat betekent dat deze actie van de ANB AMRO Bank en andere banken een verdere stap is in de invoering van gedachtenpolitie.
5 september 2021