Het opname van de lhbtiq-agenda in de EU en de VN

In de in 1948 door de Verenigde Naties opgestelde “Universele verklaring van de Rechten van de Mens” werd in artikel 16 bepaald dat:
“Het gezin [tussen een man en een vrouw]  is de natuurlijke en fundamentele groepseenheid van de maatschappij en heeft recht op bescherming door de maatschappij en de Staat”.
Op overeenkomstige wijze werd het gezin in 1950 wijze beschermd door het “Handvest van de grondrechten van de Europese Unie”. 
            Maar sedert 1948 is er een verschuiving in de seksuele moraal opgetreden. Deze werd niet alleen veroorzaakt door spontane maatschappelijke ontwikkelingen, maar vooral ook door de onophoudelijke druk van onvermoeibare lobbygroepen.  Dit had tot gevolg dat de bescherming van het gezin werd opgeheven. Dit gebeurde echter niet door de oude artikelen in te trekken, maar door het begrip gezin te herinterpreteren. Naast het oude begrip gezin (tussen een men en een vrouw) werd een alternatief begrip gezin geïntroduceerd (van allerlei samenstellingen) en dit kreeg dezelfde status als het oude gezin. Voortaan werd het beschermen van het oude gezin gezien als een vorm van voortrekken <?> en dit kon op grond van de antidiscriminatiewetten worden bestreden en strafbaar worden gesteld. 
           Zo werd in het in 2000 vernieuwde “Handvest van de grondrechten van de EU” in artikel 21 <naast het oude begrip sekse / vervangen door> het begrip seksuele oriëntatie ingevoerd (1).  Hierdoor kon het begrip gezin worden uitgebreid tot veel meer relaties dan die van een man-vrouw huwelijk (bijvoorbeeld het homohuwelijk). Op de achtergrond speelde het hierbij ook een rol dat er in het algemeen steeds meer nadruk werd gelegd op het gelijkheidsbeginsel, dat neerkomt op een verbod op discriminatie.  Door dit alles verschoof de wettelijke bescherming van het man-vrouw huwelijk naar een verbod op discriminatie van samenlevingsvormen die op gespannen voet staan met het man-vrouw huwelijk. Natuurlijk besefte men wel dat op deze wijze met kleine wijzigingen in de formuleringen en de interpretaties in feite grote wijzigingen werden doorgevoerd. In 2015 zei de president van de Hoge Raad hierover:
“Het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is bepaald geen relikwie uit de jaren vijftig. Het verdrag is een levend instrument dat steeds weer is vernieuwd door het recht zoals het Europese hof van de rechten van de mens dat ontwikkelt in actuele zaken” (2)
De lhbtiq-lobby zegt steeds dat de doelen nog niet zijn bereikt en dat ze nog een lange weg hebben te gaan. Maar wat is dan dat uiteindelijke doel van deze lobby?  Dit is onder andere onderzocht door Gabriele Kuby (3). Volgens haar is het uiteindelijke doel van het LHBTIQ-programma het, met het argument van antidiscriminatie, beëindigen van de bevoorrechting van het monogame, heteroseksuele huwelijk en zal dit uiteindelijk uitmonden in de vernietiging hiervan in onze cultuur (4).
 
Noten
(2) Maarten Feteris.  Lezing Universiteit Leiden 4 november 2015.
(3) Gabriele Kuby (2017): De seksuele revolutie, De vernietiging van de vrijheid uit naam van de vrijheid. (Uitvoerig gedocumenteerd, geschreven vanuit orthodox Rooms-katholiek standpunt.)
(4) Hoe dwingend de VN tegenwoordig op lhbtiq-gebied te werk gaat is bijvoorbeeld te lezen in het protest-artikel “Gaat VN pro-gezin groepen op zwarte lijst zetten?”  Zal het VN-Mensenrechtenbureau ‘LGBTQ+-haatgroepen’… | Gezin in Gevaar